Overzicht

Motiveren? Eerst vragen, dan vertellen

Je kunt er behoorlijk ongemotiveerd van raken: patiënten die beterschap beloven, maar bij de volgende keer met precies dezelfde zwakke plekken in de stoel plaatsnemen. Hoe haal je meer uit een motiverend gesprek?

Motiveren 800x450

Tekst Naomi van Esschoten | 23 september 2026 | Leestijd: 10 minuten

‘Ik ga écht beter poetsen’, belooft de puber. Maar je ziet al aan zijn ongeïnteresseerde blik dat je zorgvuldige uitleg het ene oor in is gegaan en het andere uit. De 65+-plusser is nog eerlijker: die zegt gewoon dat hij niet meer aan een waterflosser gaat beginnen. En die lieve mevrouw die elke keer zegt dat ze straks gaat kijken voor een elektrische tandenborstel? Vast niet.

Redenen voor weerstand

Meestal ligt weerstand niet aan jou. De mond is nu eenmaal een intieme zone. Voor kritiek daarop, hoe goed bedoeld ook, sluiten mensen zich al snel af. Ook vindt veel dagelijks gedrag plaats op de automatische piloot: we denken er niet bij na. Een nieuwe gewoonte aanleren is lastig. Daarnaast kunnen mensen zich schamen, voelen ze zich aangesproken of hebben ze financiële zorgen waardoor het niet lukt om sommige adviezen goed op te volgen.

Overtuigen werkt averechts

Je eerste ingeving is om meer uitleg te geven. Helaas werkt dit vaak averechts. Het helpt beter om eerst het doel te bespreken (een gezonde mond) en dan pas het middel (poetsen). Zeg bijvoorbeeld: ‘U kunt gaatjes en ontstekingen krijgen. Daardoor kunnen uw tanden los gaan zitten of heeft u dure behandelingen nodig. Mag ik het eens met u hebben over uw poetsgedrag?’ Als je patiënt het belang van een gezonde mond inziet, krijg je een ander gesprek dan wanneer iemand het gevoel krijgt afgekeurd te worden.

Op een schaal van

De volgende stap is om de patiënt te motiveren de mondverzorging te willen veranderen. Een leuke binnenkomer is om de schaalvraag te gebruiken. Vraag bijvoorbeeld: ‘Hoe belangrijk vind je het om hier iets aan te veranderen, op een schaal van 0 tot 10?’ Geeft iemand een 5, vraag dan: ‘Waarom een 5 en geen 2?’ Want daarmee nodig je de patiënt uit zélf redenen voor verandering te noemen. Misschien wil iemand graag minder bloedend tandvlees, frisser uit de mond ruiken of problemen in de toekomst voorkomen. Kijk, nu heb je samen een doel.

Valkuil: te veel vertellen

Het is verleidelijk om nu uit te leggen wat iemand verkeerd doet. Maar dan is de kans groot dat je patiënt – van puber tot plusser – alsnog afhaakt. Vraag liever eerst wat iemand zelf al weet over poetstechniek. Daarna kun je vragen of je daar nog iets aan mag toevoegen: ‘Mag ik je vertellen wat mij opvalt?’ Kijk vervolgens hoe je uitleg overkomt. Daarop kun je vragen: ‘Zou dit ook voor jou kunnen werken?’ Zeker bij pubers kan het helpen als zij het gevoel hebben zelf de regie te hebben.

Bouwen aan vertrouwen

Maar een doel als ‘betere poetstechniek’ is voor veel mensen te abstract. Maak de stappen klein en concreet. Spreek bijvoorbeeld af dat iemand ‘s avonds na het poetsen op 2 plekken een rager gebruikt. En dat iemand de ragers naast de tandenborstel legt, zodat het makkelijk is om eraan te denken. Hoe kleiner de eerste stap, hoe groter de kans dat iemand hem uitvoert. En zie je dat iemand eraan heeft gewerkt? Geef dan vooral een complimentje. Zie je die ogen gaan stralen? Die trotse glimlach? Dan heb je beet: dat is de allerbeste motivatie om ook een volgende stap te willen zetten.

 

Zo klinkt het in de behandelkamer

  

  • Zeg niet: ‘Ik wil het met u hebben over uw poetstechniek.’
    Maar liever: ‘Een gezonde mond is belangrijker dan veel mensen denken. Mag ik u daar iets over vertellen?’
  •  

  • Zeg niet: ‘Ik laat u graag zien hoe u goed kunt poetsen.’
    Maar liever: ‘Wat weet u zelf al over wat beter zou kunnen?’
  •  

  • Zeg niet: ‘Het is verstandig dat u vanaf nu elke dag ragers gebruikt.’
    Maar liever: ‘U poetst al goed, alleen die kies links bovenin kan gaan ontsteken. Mag ik u vertellen hoe we dat kunnen voorkomen?’